Motorexamens worden georganiseerd door het Keuringsbureau Motorvoertuigen in de buurt van jouw woonplaats. In principe heb je de keuze naar welk examencentrum je wenst te gaan. De specifieke regels en vereisten voor het behalen van je rijbewijs vind je via deze link.
Tijdens dit onderdeel van het examen werkt de motorrijder — onder toezicht van een examinator, al dan niet samen met zijn instructeur — een rit af op de openbare weg van ongeveer 30 minuten.
Hoe bereid ik me voor op het examen op de openbare weg? De wetten van Evert helpen je daarbij.
Zien en gezien worden
Steeds de meest veilige plek opzoeken
Gas los en stop
Links en rechts voorsorteren
Bochtentechniek
Aangepaste snelheid
Smile en relax
Meer weten over de wetten van Evert?
Bekijk de pakketten →Een individuele voorbereiding om nadien met de eigen moto zelf een afspraak te maken voor het 'praktijkexamen vrije begeleiding' (met eigen moto) in het gewenste examencentrum. Afspraak rijexamen maken →
Op privéterrein voer je 10 basismanoeuvres uit. Ieder manoeuvre bestaat uit meerdere fasen. Hieronder vind je per manoeuvre de uitleg en — waar beschikbaar — de officiële video.
Bekijk hiernaast eerst het volledige examen in één video.
De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het afstappen van het voertuig, zoals op de openbare weg. U moet de motor stilleggen, afstappen en zich naast uw voertuig opstellen.
U stelt uw voertuig op met de neus in de richting van de opstelvakken, met het voorwiel voor de witte lijn. De motorfiets op de zijsteun plaatsen kan van op de motorfiets of na het afstappen. De middensteun gebruiken mag, maar dan wel naast de motorfiets.
Voor dit manoeuvre is geen aparte video beschikbaar.
U moet de volgende uitrusting correct dragen: handschoenen; vest met lange mouwen en lange broek of overall; helm (kinstuk sluiten); laarzen of bottines. Uw vest moet gesloten zijn. De examinator gaat na of de uitrusting correct gedragen wordt.
U kent de plaats en het gebruik van de verschillende bedieningsorganen. Naar een bedieningsorgaan zoeken tijdens het rijden kan zeer gevaarlijk zijn. U duidt technische onderdelen aan, controleert ze op goede staat en kent de betekenis van de controlelampjes en schakelaars op het dashboard.
Voor dit manoeuvre is geen aparte video beschikbaar.
De maximale duur bedraagt 1 minuut 20 seconden (vanaf 50 seconden komt de tijd in aanmerking voor een beoordeling). De computer kiest het parkeervak (linker/rechter). U mag het tegenoverliggende parkeervak niet gebruiken. U haalt de motorfiets van de standaard en verplaatst hem zonder hulp van de motor tot voorbij de opstelvakken door ernaast te lopen.
U parkeert achterwaarts binnen de lijnen en plaatst de motorfiets weer op de standaard, met de steunpoot binnen de lijnen. U mag niet over de afbakenende lijnen rijden, noch de motorfiets optillen of verschuiven. Zodra u goed opgesteld staat, geeft u dit aan (claxon, …).
U vertrekt vanuit stilstand en rijdt weg uit het parkeervak. U maakt een haakse bocht en rijdt 7 m recht vooruit richting de eerste kegel van het volgende manoeuvre (slalom). Het manoeuvre moet vloeiend verlopen. Zodra u het parkeervak verlaat, hebt u beide voeten op de voetsteunen. Uw voeten mogen niet buiten het opstelvak op de grond worden geplaatst. U mag niet op of over de volle lijnen rijden.
Een slalom uitvoeren door een aslijn te volgen bestaande uit 5 kegels. U rijdt zo dicht mogelijk langs de kegels en begint links of rechts (naar keuze) van de eerste kegel. U mag niet op of over de afbakenende lijnen rijden, de kegels niet raken en uw voeten op de voetsteunen houden.
U rijdt op continue wijze tweemaal in de vorm van een acht rond de twee centrale kegels, terwijl u steeds binnen de buitenkegels en de lijnen blijft. U mag niet op of over de lijnen rijden, de kegels niet raken en uw voeten op de voetsteunen houden.
Na de manoeuvreerruimte schakelt u — behalve bij automaat — naar een hogere versnelling en neemt u op continue wijze een bocht aan minimum 30 km/u. U mag de kegels niet raken en houdt uw voeten op de voetsteunen. U eindigt tussen de laatste kegels van de trechtervormige uitgang.
Daarna ontwijkt u aan minimum 50 km/u (45 km/u op nat wegdek) op continue wijze een hindernis links (of rechts in spiegelbeeld). U mag de lijn niet raken of overschrijden.
Vervolgens plaatst u de motorfiets terug in rechte lijn en remt u met precisie door het voorwiel in de cirkel te laten stoppen. Bij ABS mag dit niet in werking treden; de wielen mogen niet blokkeren. Na het remmen plaatst u één of twee voeten op de grond.
U rijdt met lage snelheid, op continue wijze, door een smalle doorgang. Het voorwiel mag de doorgang niet uitrijden vóór er minimum 12 seconden verstreken zijn. U mag niet op of over de lijnen rijden, houdt uw voeten op de voetsteunen en plaatst geen voet op de grond zolang het achterwiel de laatste kegels niet voorbij is.
U rijdt op continue wijze achtereenvolgens door de 3 poortjes die door kegels worden afgebakend. U passeert langs de linkerkant van de laatste kegel (rechts in spiegelbeeld). U mag de kegels niet raken en houdt uw voeten op de voetsteunen.
U neemt voor de tweede maal een bocht onder dezelfde voorwaarden als voorheen. Op het einde van de tweede bocht versnelt u tot minstens 50 km/u, op droog én nat wegdek. Eens voorbij de snelheidsmeter remt u zo dat u op een zo kort mogelijke afstand tot stilstand komt.
De maximaal toegelaten remafstand hangt af van uw snelheid en van de staat van het wegdek. Bij ABS maakt het niet uit of dit wel of niet in werking treedt. Na het remmen plaatst u één of twee voeten op de grond.
Bron — omschrijving alle manoeuvres: km.be
Boek je individuele voorbereiding of stel je vraag. Evert helpt je persoonlijk verder.
Neem contact met me op →