Voorbereiding motorrijbewijs

Motor examens worden georganiseerd door het Keuringsbureau Motorvoertuigen in de buurt van jouw woonplaats. In principe heb je de keuze naar welk examencentrum je wenst te gaan. Opleidingen regio Kortrijk hebben manoeuvres examens in Roeselare (of Brugge in de winterperiode) en praktijk examens in Moorsele/Gullegem. Specifieke regels en vereisten vanuit KM voor behalen van het rijbewijs kan je via deze link vinden

Rijvaardigheid in het verkeer

Tijdens dit onderdeel van het examen gaat de motorrijder, onder toezicht van een examinator en al dat niet samen met zijn instructeur een rit afwerken op de openbare weg van ongeveer 30 minuten.

De wetten van Evert

Hoe bereid ik me voor op het examen op de openbare weg? De wetten van Evert kunnen je daarbij helpen.

  1. Zien en gezien worden
  2. Steeds de meest veilige plek opzoeken
  3. Gas los en stop
  4. Links en rechts voorsorteren
  5. Bochtentechniek
  6. Aangepaste snelheid
  7. Smile en relax

Wil je meer te weten komen over de wetten van Evert en je op deze manier optimaal voorbereiden op het behalen van je motorrijbewijs? Dit kan via 1 van onderstaande pakketten. Dit is een individuele voorbereiding om met de eigen moto nadien zelf een afspraak te maken ‘praktijkexamen vrije begeleiding’ (met eigen moto) in het gewenste examencentrum. Afspraak rijexamen maken

Basis
€110
Voorbereiding van 2 uur
Uitgebreid
€150
Voorbereiding van 3 uur

Proef op privéterrein

Bekijk het volledige examen in onderstaande video

U voert op privéterrein 10 basismanoeuvres uit. Ieder manoeuvre bestaat uit meerdere fasen.

1
Voorzorgsmaatregelen bij het afstappen

De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het afstappen van het voertuig, zoals op de openbare weg.

U moet de motor van uw voertuig stilleggen, afstappen en zich naast uw voertuig opstellen. U moet uw voertuig met de neus in de richting van de opstelvakken opstellen en met het voorwiel voor de witte lijn. De motorfiets op de zijsteun plaatsen kan gebeuren van op de motorfiets of na afgestapt te zijn. De motorfiets mag op de middensteun geplaatst worden, maar dat gebeurt dan wel naast de motorfiets.

2
Voorafgaande controles
correct dragen van beschermende uitrusting

U moet de volgende uitrusting correct dragen:

  • uw handschoenen
  • uw vest met lange mouwen en lange broek of uw overall
  • uw helm (u moet het kinstuk sluiten)
  • uw laarzen of bottines
  • Uw vest moet gesloten zijn.
  • De examinator zal eveneens nagaan of de uitrusting correct gedragen wordt.
Bedieningsorganen en controle van de onderdelen

Dit onderdeel van het manoeuvre bestaat uit het kennen van de plaats en het gebruik van de verschillende bedieningsorganen van de motorfiets. Het is uiterst belangrijk dat u alle bedieningsorganen van de motorfiets kan gebruiken. Naar een bedieningsorgaan zoeken, terwijl men rijdt, kan zeer gevaarlijk zijn. U moet eveneens een aantal technische onderdelen aanduiden en op goede staat controleren en u moet de betekenis van de controlelampjes en schakelaars op het dashboard kennen.

Van alle controles dienen er acht verplicht te worden uitgevoerd:

  • de banden
  • de noodstopschakelaar
  • de voorrem
  • de achterrem
  • het geluidstoestel
  • het dimlicht
  • het grootlicht
  • de richtingaanwijzers

Bijkomend dienen twee controles steekproefsgewijs te worden uitgevoerd:

  • de ketting
  • het oliepeil
  • het remvloeistofpeil
  • het benzinepeil
  • de reflectoren
  • de remblokken
  • de koelvloeistof
  • de benzinekraan
  • de choke
  • het contact
  • het controlelampje neutraal
  • de koppelingshendel of de weerstand van de stuurinrichting
3
Achterwaarts parkeren in een parkeervak

De maximale duur van het manoeuvre bedraagt 1 minuut 20 seconden (vanaf 50 seconden komt de tijd in aanmerking voor een beoordeling). De computer kiest voor u in welk parkeervak u achterwaarts de motorfiets volledig dient op te stellen (linker/rechter parkeervak). U mag hierbij geen gebruik maken van het tegenoverliggende parkeervak. U moet de motorfiets van de standaard halen en zonder hulp van de motor de motorfiets tot voorbij de opstelvakken verplaatsen door ernaast te lopen. U moet de motorfiets achterwaarts parkeren binnen de lijnen van het parkeervak en de motorfiets weer op de standaard plaatsen, met de steunpoot of standaard binnen de lijnen van het opstelvak. U mag niet over de lijnen rijden die het parkeervak afbakenen, noch de motorfiets optillen, verschuiven of bijtrekken om deze te verplaatsen. Van zodra u denkt dat u goed opgesteld staat, geeft u dit aan (claxon, …).

Het doel is nagaan of u:

  • de kijktechniek correct toepast
  • begrepen heeft wat de wielbasis van de motorfiets betekent
  • de massa van de motorfiets kan beheersen
4
Wegrijden uit een parkeervak

U vertrekt vanuit stilstand en rijdt weg uit het parkeervak. U maakt een haakse bocht en rijdt 7 m recht vooruit in de richting van de eerste kegel voor het volgend manoeuvre (slalom). U moet het manoeuvre in een vloeiende beweging uitvoeren. Van zodra u het parkeervak verlaat, moet u beide voeten op de voetsteunen hebben. Uw voeten mogen niet buiten het opstelvak op de grond worden geplaatst. U mag niet op of over de volle lijnen rijden van het parkeervak of van de rijbaan.

Het doel is nagaan of u:

  • de kijktechniek correct toepast
  • de afmetingen van uw voertuig goed kan inschatten
  • de massa van uw motorfiets kan beheersen in een scherpe bocht
5
Slalom

Dit manoeuvre bestaat uit een slalom uitvoeren door een aslijn te volgen bestaande uit 5 kegels. U moet zo dicht mogelijk langs deze kegels rijden en begint links of rechts (u mag kiezen) van de eerste kegel. U mag niet op of over de lijnen rijden, die de zone afbakenen van het manoeuvre. U mag de kegels niet raken. U moet uw voeten op de voetsteunen houden.

Het doel is nagaan of u:

  • de afmetingen van uw motorfiets goed kent
  • de kijktechniek correct toepast
  • over voldoende evenwicht beschikt om uw motorfiets bij een lage snelheid, in beweging te houden
  • de bedieningen vlot kan hanteren, d.w.z. koppeling, gas, stuur en achterrem correct kan gebruiken
6
In lussen rijden

Bij dit manoeuvre rijdt u, op continue wijze, tweemaal in de vorm van een acht rond de twee centrale kegels, terwijl u steeds binnen de buitenkegels en de lijnen blijft. U mag niet op of over de lijnen rijden noch de kegels raken. U moet uw voeten op de voetsteunen houden.

Het doel is nagaan of u:

  • vlot kan keren op de openbare weg, zowel langs de linker- als langs de rechterzijde
  • de afmetingen van uw motorfiets en vooral van uw wielbasis goed kent
  • de manoeuvreerruimte kan inschatten
  • de kijktechniek correct toepast
  • de bedieningen vlot kan hanteren, namelijk koppeling, gas, stuur en achterrem correct kan gebruiken
7
Bocht bij een snelheid van 30 km/u, daarna ontwijken bij een snelheid van 50 km/u en precisieremmen

Na het verlaten van de manoeuvreerruimte, waar in lussen werd gereden, en voor het begin van de halve cirkel moet u naar een hogere versnelling schakelen, behalve bij automatische versnellingen, en op continue wijze een bocht nemen aan een minimumsnelheid van 30 km/u. U mag de kegels niet raken. U moet uw voeten op de voetsteunen houden. Om het manoeuvre te beëindigen, moet u tussen de laatste kegels van de trechtervormige uitgang rijden.

Het doel is nagaan of u:

  • in staat bent de bocht te nemen door ten minste de techniek van het tegensturen toe te passen
  • de kijktechniek correct toepast
  • correct op de motorfiets zit

U moet aan een minimumsnelheid van 50 km/u (45 km/u op een nat wegdek), op continue wijze, een hindernis links ontwijken (of rechts op een terrein in spiegelbeeldopstelling). U mag de lijn niet raken of overschrijden. U moet uw voeten op de voetsteunen houden.

Het doel is nagaan of u:

  • in staat bent een op korte afstand staande of opduikende hindernis te ontwijken
  • op uw oorspronkelijk traject kan terugkomen
  • de kijktechniek correct toepast
  • een brutaal tegensturen kan uitvoeren
  • niet remt tijdens het manoeuvre
  • zo nodig tijdig ontkoppelt

Na het ontwijken van de hindernis moet u de motorfiets terug in rechte lijn plaatsen en met precisie remmen door het voorwiel te laten stoppen in de cirkel. Indien uw motorfiets uitgerust is met een ABS-systeem, mag dit niet in werking treden. De wielen mogen niet blokkeren. U mag de kegels niet raken. Na het uitvoeren van het precisieremmen, moet u één of twee voeten op de grond plaatsen.

Het doel is nagaan of u:

  • de remkrachten correct doseert, zowel op het voor- als op het achterwiel
  • het ABS-systeem niet in werking laat komen
  • de plaats waar u wenst tot stilstand te komen, nauwkeurig kan bepalen
  • de motorfiets terug recht kan plaatsen na het manoeuvre “Ontwijken van een hindernis” en dan pas gaat remmen
  • de kijktechniek correct toepast
8
Stapsvoet rijden

U moet met lage snelheid, op continue wijze, door een smalle doorgang rijden. Het voorwiel van de motorfiets mag de doorgang niet uitrijden, voordat minimum 12 seconden verstreken zijn. U mag niet op of over de lijnen rijden. U moet uw voeten op de voetsteunen houden en u mag uw voeten niet op de grond plaatsen. U mag geen voet(en) op de grond plaatsen zolang het achterwiel van de motorfiets de laatste kegels van het manoeuvre niet voorbijgereden is.

Het doel is nagaan of u:

  • in staat bent om in rechte lijn met een lage snelheid te rijden
  • de bediening tussen koppeling, gas en indien nodig achterrem synchroniseert
  • de kijktechniek correct toepast
  • een goede zithouding heeft op de motorfiets
9
S-bocht

U moet met de motorfiets, op continue wijze, achtereenvolgens door de 3 poortjes rijden die door de kegels worden afgebakend. U moet langs de linkerkant van de laatste kegel passeren (rechterkant indien het manoeuvre in spiegelbeeldopstelling staat). U mag de kegels niet raken. U moet uw voeten op de voetsteunen houden.

Het doel is nagaan of u:

  • de kijktechniek correct toepast
  • een aangepaste snelheid aanneemt
  • de afmetingen van uw motorfiets goed kent
X
Bocht bij een snelheid van 30 km/u, daarna versnelling tot 50 km/u en plots remmen

Dit manoeuvre bestaat uit het nemen van een bocht voor de tweede maal onder dezelfde voorwaarden als voorheen.

Op het einde van de tweede bocht moet u versnellen naar minstens 50 km/u, zowel op droog als nat wegdek. Eens voorbij de snelheidsmeter moet u zo remmen dat u op een zo kort mogelijke afstand tot stilstand komt. Het belangrijkste is dat u zo kort mogelijk remt. De maximum toegelaten remafstand is afhankelijk van uw bereikte snelheid en van de staat van het wegdek (nat of droog). Indien de motorfiets uitgerust is met een ABS-systeem, maakt het niet uit of dit wel of niet in werking treedt. Na het remmen moet u één of twee voeten op de grond plaatsen.

Het doel is nagaan of u:

  • de voor- en achterrem op correcte wijze gebruikt
Bron

Omschrijving alle manoeuvres: km.be

This website uses cookies. By continuing to use this site, you accept our use of cookies. 

Privacy Preferences
When you visit our website, it may store information through your browser from specific services, usually in form of cookies. Here you can change your privacy preferences. Please note that blocking some types of cookies may impact your experience on our website and the services we offer.